
De snoek is een van de meest iconische roofvissen in zoet water. Met zijn langgerekte lichaam, brede bek en scherpe tanden jaagt hij razendsnel op prooien. Zijn lichaam is groenbruin met goudkleurige vlekken langs de flanken, een patroon dat hem helpt om onopgemerkt te blijven tussen waterplanten. De vinnen zijn rood tot zwart en de onderkaak steekt ver uit ten opzichte van de bovenkaak.
Snoeken komen voor in stilstaand en langzaam stromend water met veel begroeiing. Ze verschuilen zich in rietkragen, onder bruggen of tussen waterplanten en vallen hun prooi bliksemsnel aan. De paaitijd vindt plaats tussen maart en april. Vrouwtjes leggen duizenden eieren op waterplanten in ondiepe, beschutte gebieden. Jonge snoeken groeien snel en beginnen al na enkele weken met het jagen op kleine visjes.
Snoeken eten voornamelijk vis, maar ook kikkers, kleine zoogdieren en zelfs vogels staan op het menu. Hun jachttechniek is gebaseerd op camouflage en snelheid: ze liggen stil tussen het riet, observeren hun prooi en schieten plotseling vooruit om deze te grijpen. Ze kunnen prooien aan tot wel 75% van hun eigen lichaamslengte.
Voor snoekvissen is een middelzware spinhengel met sterke lijn en stalen onderlijn essentieel. Kunstaas zoals pluggen, spinners en softbaits zijn populair. Pluggen bootsen echte visjes na, terwijl spinners en jerkbaits trillingen en flitsen in het water veroorzaken die de snoek aantrekken. Voor een meer passieve aanpak kan dood aas worden gebruikt, zoals voorn of makreel. Dit is vooral effectief in de wintermaanden wanneer snoeken minder actief jagen.
De snoek is een indrukwekkende vis en een gewilde vangst onder sportvissers. Zijn kracht, snelheid en scherpe tanden maken iedere vangst een uitdaging.
Kom alles te weten over het vissen op karper, witvis, roofvis en meer! Al je vragen op gebied van hengelsport worden beantwoord.